Leeg

Lesmateriaal

Laat je inspireren! Hier vind je de leukste levensechte lessen – in tekst of met een filmpje. Voeg de lessen gratis toe aan je winkelmandje en print of download ze direct. Heb je zelf een leuke levensechte les?

Kijk verder

Smaaktest

Vak: Taal / Lesstofonderdeel: Woordenschat / Groep: 5-8 / Doelgroep: Lessen

De kinderen proeven verschillende producten en ontdekken de vier smaken (zoet, zout, bitter, zuur), daarna maken ze met deze woorden de trappen van vergelijking (zout-zouter-het zoutst)

Smaaktest (door Marieke Meijer)

Deze les past bij het thema eten en drinken. De kinderen komen in aanraking met verschillende smaken. Ze leren hoe we smaken proeven. Ze leren het woord smaakpapillen en ze weten dat er vier smaken zijn: zuur, zout, bitter en zoet.

 

In groep 5/6 leren de kinderen de trappen van vergelijking. De woorden voor onze smaken zijn geschikt om deze regel aan te leren en te oefenen. De leersituatie is levensecht (echt proeven) en sluit aan bij de belevingswereld van de kinderen. “Eten en drinken” doen kinderen elke dag. Ze hebben vaak een mening over wat ze wel of niet lekker vinden.

In deze les hebben de kinderen de mogelijkheid om veel te communiceren met elkaar. Ze interviewen elkaar en schrijven op wat de ander zegt. Ze moeten dus goed luisteren en eventueel doorvragen.

 

De kinderen proeven verschillende etenswaren. Het gaat hier in deze les in wezen ook om smaakontwikkeling. Met aandacht eten en echt proeven is voor veel kinderen niet vanzelfsprekend. Als kinderen meer met aandacht eten, leren ze uiteindelijk ook gezondere keuzes te maken.

Klasbouwer: Hoeken
Gebruik van coöperatieve structuren: een soort Tweetal Coach bij de smaaktest. Kinderen laten elkaar proeven en stellen daarbij vragen en helpen elkaar.

 

Inleiding: Hoeken 10 minuten
In iedere hoek hangt een papier met een gerecht erop. Het zijn vier totaal verschillende gerechten. De kinderen krijgen denktijd en kiezen welk gerecht ze het lekkerst vinden. Ze lopen er naar toe en vormen tweetallen. Ze vertellen elkaar waarom ze juist dat gerecht het lekkerst vinden.

 

Kern van de les: 20 tot 30 minuten
De leerkracht vertelt en stelt vragen over proeven en smaken. Hoe proeven we? Wat voor smaken zijn er? Waarom vind je iets lekker?
De leerkracht laat zien wat smaakpapillen zijn met behulp van een afbeelding. En waar je de verschillende smaken op je tong proeft.

 

De leerkracht legt opdracht 1 van de smaaktest uit. Hij/zij doet het samen met een kind een keer voor. Het is de bedoeling dat de kinderen bij elkaar een blinddoek om doen en elkaar een hapje “voeren”. Het kind dat het hapje geeft stelt de vragen van het werkblad en schrijft de antwoorden op. Het voorbeeld moet heel duidelijk zijn. Er zit een spelelement in deze opdracht. De kinderen proberen te raden wat ze eten. De kinderen gaan in tweetallen aan de slag. Ze krijgen 10/15 minuten de tijd om beide dingen te proeven.

 

Nadat er een korte bespreking van de eerste opdracht heeft plaatsgevonden, legt de leerkracht de tweede opdracht uit. Dan vertelt de leerkracht over zout. Chips is zout, maar wat is er nog meer zout? Wie komt er naar voren en vertelt wat het zoutst is? Chips, salmiakdrop of ansjovis? De woorden zout-zouter-zoutst komen op het bord met een trapje. Wat valt de kinderen op? Wat gebeurt er met het woord zout? Na deze introductie vullen de kinderen de eerste drie zinnen bij opdracht 2 in. Daarna krijgen ze per tweetal een bakje met zure etenswaren: kiwi, citroen en augurk. Ze proeven samen en maken een vergelijking. Ze maken er zinnen bij en schrijven deze op. De rest van het werkblad kunnen ze nu ook samen afmaken. Als er nog tijd is volgt een extra opdracht ( zie werkblad). Deze opdracht zou ook in een tweede les gedaan kunnen worden.

 

Evaluatie van de les: 5 minuten


Wat voor zinnen hebben jullie gemaakt bij opdracht 2? Wat heb je geleerd?

 

Mijn les voldoet aan de onderstaande criteria:

 

  • Het leerdoel is duidelijk voor kinderen
  • Kinderen krijgen individuele feedback
  • Ieder kind is actief en verantwoordelijk
  • De les is interactief, want communiceren met kinderen is belangrijk
  • Kinderen krijgen een keuze
  • De context is betekenisvol voor het kind
  • De les stimuleert meerdere ontwikkelingsgebieden
  • De les sluit aan bij de spelbehoefte van kinderen

 

  1. Per groepje 4 bakjes met etenswaren: pure chocolade, aardbeienjam, chips naturel, kiwi( nog niet helemaal rijp) voor opdracht (1). De bakjes zijn genummerd van 1 t/m 4 en afgedekt.
  2. Voor opdracht (2): ansjovis, zoute drop, chips, kiwi, citroen, augurk. De laatste drie ook in een bakje per groepje.
  3. Voor elk groepje een blinddoek
  4. De werkbladen opdracht (1) en (2) en extra opdracht
  5. Een afbeelding ( internet, digibord) van een tong met smaakpapillen waarop aangegeven is waar je de smaken proeft.
  6. Plastic lepels, aluminiumfolie om de bakjes af te dekken.
  7. Vier maal een A3 met een gerecht erop voor de klasbouwer.
  8. Een bakje met honing voor het voorbeeld.