Leeg

Kijk verder

Levensecht leren

Het onderwijskundig concept levensecht leren dat op deze website gehanteerd wordt, is ontwikkeld en concreet gemaakt tijdens de scholingsbijeenkomsten van leerkrachten in het landelijke project Onderwijstijdverlenging in de Zeeuwse steden Middelburg, Goes en Vlissingen. Met de ontwikkeling van dit concept werd aangesloten bij de landelijke subsidieregeling Onderwijstijdverlenging (2009-2013) die een experimenteel karakter had. Middels onderzoek moest in dit project immers aangetoond worden welke werkwijze, onder welke condities en voor welke kinderen levensvatbaar bleek te zijn.

Voor wie is levensecht leren bedoeld?

Leerlingen uit het bepaalde ‘achterstandswijken’ leven over het algemeen in een wereld die niet rijk is aan positief stimulerende prikkels. Het zijn geen kinderen die geregeld musea bezoeken of uitstapjes maken, actief lid zijn van (sport)verenigingen of geconfronteerd worden met culturen anders dan de cultuur waarin ze opgroeien. In deze achterstandswijken is de actieve betrokkenheid van ouders bij het cognitieve leerproces van hun kinderen over het algemeen niet zo groot. Voor deze kinderen is het daarom buitengewoon belangrijk dat het cognitieve en sociaal emotionele leerproces op school hand in hand gaat met het verrijken van hun kennis van de wereld. Alleen als ze zich een adequaat beeld kunnen vormen van de wereld om hen heen, verzamelen ze genoeg ‘kapstokjes’ om nieuwe kennis, ervaringen en vaardigheden te kunnen ordenen, onthouden en toepassen.

 

De thuissituatie van de leerlingen is voor de reguliere leerkrachten in dergelijke wijken een uitgangspunt waar ze al jaren gedegen rekening mee moeten houden. Voortdurend wordt er op deze scholen met succes gewerkt aan het verrijken van de leefwereld van leerlingen. Het project onderwijstijdverlenging borduurde in deze voort op de jarenlange ervaring van de deelnemende basisscholen. Gedurende het project onderwijstijdverlenging werd echter meer en meer duidelijk dat het concept levensecht leren een gouden greep was: zowel leerkrachten als leerlingen hebben het levensechte leren als betekenisvol ervaren. Dit gegeven heeft ons geïnspireerd om het begrip levensecht leren voor veel meer leerkrachten en leerlingen toegankelijk te maken.

Wat is levensecht leren?

Levensecht leren is een ontwikkeling die de laatste jaren flink in opmars is. Het concept van levensecht leren is weliswaar verwant aan begrippen als ‘boeiend leren’ en ‘ervaringsgericht leren’, maar wordt (weer net even) anders ingevuld. Vooralsnog omschrijven we levensecht leren als een onderwijskundig concept waarbij het cognitieve leerproces van kinderen heel bewust ondersteund wordt door middel van praktijk- en ervaringsgericht onderwijs dat kinderen in staat stelt om het geleerde te relateren aan hun eigen dagelijks leven en dat van anderen.

 

Het is daarbij van belang dat men zich realiseert dat levensecht leren geen synoniem is voor een aanpak waarbij ‘uitstapjes maken’ of ‘leuke activiteiten verzinnen’ centraal staan. Als er al uitstapjes gemaakt worden of aansprekende activiteiten plaatsvinden, dan staan die uitstapjes en activiteiten nooit op zich: ze dienen altijd het hogere doel, namelijk het aanbieden van lesstof die kinderen kunnen relateren aan hun eigen dagelijks leven en dat van anderen. De lesstof wordt hiermee betekenisvol(ler) voor deze kinderen. Middels levensecht leren kunnen kinderen de koppeling tussen school en de wereld maken en wordt het geleerde relevant binnen een voor kinderen toepasbare en toegankelijke context. 

Wat is er nodig om levensecht leren te laten werken?

Het bleek van belang om de koppeling tussen levensecht leren, de didactische aanpak en het pedagogisch handelen van de leerkracht, de kenmerken en achtergronden van de leerling en de afstemming met het inhoudelijke lesaanbod goed in beeld te brengen. Wanneer de genoemde factoren in hun samenhang bezien worden, ontstaat er een onderwijskundig concept waarmee leerkrachten aan de slag kunnen. Uit evidence-based onderzoek van Marzano (2008) blijkt duidelijk hoe groot de invloed van leerkrachten is op het leerproces van kinderen. De wezenlijk andere aanpak die wij voorstaan met levensecht leren heeft dan ook alles te maken met het gedrag van de leerkracht. Wij geloven dat een helder en inspirerend onderwijskundig concept het professionele handelen van leerkrachten zal ondersteunen en daarmee de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt. 

 

Reden te over om het onderwijskundige concept scherp te formuleren! Centraal in dat concept staat het verbeteren van de motivatie en betrokkenheid van leerlingen bij hun eigen leerproces. Zonder motivatie en betrokkenheid achten wij een verbetering van de leerprestaties onmogelijk. We stelden vast dat er bij leerlingen uit ‘achterstandswijken’ sprake is van diverse factoren die de motivatie en betrokkenheid van leerlingen mogelijk negatief beïnvloeden, zoals:

 

  • Onderwijsachterstand: We werken met leerlingen die al een tijdje ‘aanhikken’ tegen lesstof die ze moeilijk vinden, lesstof waarin ze een achterstand opgelopen hebben. Deze leerlingen kampen hierdoor waarschijnlijk met een gebrek zelfvertrouwen als het gaat om hun schoolse vaardigheden.
  • Thuissituatie: Ofschoon het zeker geen wet van Meden en Perzen is, kan er geconstateerd worden dat de thuissituatie van de leerlingen in de ‘achterstandswijken’ in een aantal gevallen niet bevorderlijk is voor het leerproces van de kinderen. Leerlingen zijn daardoor niet altijd positief betrokken bij hun eigen leerproces.

We zijn daarom op zoek gegaan naar factoren die een positieve invloed hebben op de motivatie en betrokkenheid van leerlingen bij hun eigen leerproces. We doen dat door het leren voor leerlingen nog betekenisvoller te maken dan tijdens het reguliere schooljaar al het geval is. Het betekenisvolle leren trachten we te bereiken door een koppeling te maken met de individuele leerdoelen van kinderen en door voor leerlingen de relevantie en de toepasbaarheid van het geleerde in hun dagelijks leven en de hen omringende wereld tastbaar te maken:

 

Vervolgens dringt zich de vraag op ‘hoe’ we dat dan doen. Hoe zorgen we voor een koppeling met de individuele leerdoelen van kinderen, hoe tonen we de relevantie en toepasbaarheid van het geleerde aan? Of anders geformuleerd: hoe maken we het leren voor leerlingen nog betekenisvoller in de hoop dat daarmee hun motivatie én hun leerprestaties toenemen?

Wat betekent dat concreet?

Concreet zetten we de volgende middelen, methodes en manieren in om het gestelde doel (het verbeteren van de motivatie en betrokkenheid van leerlingen bij hun eigen leerproces) te bereiken:

 

  • Aanpakken van de factoren die de motivatie en betrokkenheid van leerlingen negatief beïnvloeden:
  • Inzet van energizers om leerlingen op een speelse en verfrissende manier te betrekken bij de lesstof;
  • Inzet van klas- en teambouwers om de groep tot een team te maken;
  • Gebruik van coöperatieve structuren en MI (Meervoudige Intelligentie) om kinderen te motiveren tot meedoen.
  • Binnen de gestelde taakverdeling kan hun zelfvertrouwen en gevoel van betrokkenheid groeien. MI kan hun kijk op zichzelf in positieve zin veranderen;
  • Ouderbetrokkenheid vergroten door ouders telkens weer actief te betrekken en de leervorderingen van hun kinderen;

 

 

Stimuleren van de factoren die de motivatie en betrokkenheid van leerlingen positief beïnvloeden:

 

  • Gebruik van coöperatieve structuren, energizers en klas- en teambouwers;
  • Werken met MI (Meervoudige Intelligentie): waar ben ik goed in en hoe kan ik die vaardigheid versterken?
  • Werken met levensecht leren door de buitenwereld de school in te halen én de school naar de buitenwereld te richten. Excursies, activiteiten, gastdocenten: alles geplaatst in het licht van de relevantie en toepasbaarheid in het leerproces van de leerling;
  • Werken vanuit de leerdoelen die de leerling zelf opgesteld heeft in overleg met de leerkracht. Deze aanpak leidt tot een grotere betrokkenheid bij de leerling;
  • Werken met portfolio’s: een map per leerling waarin de behaalde successen getoond worden. Een voor de leerling tastbaar resultaat van zijn/haar vorderingen; Het format van de portfolio’s wordt afgestemd op schoolniveau, de inhouden kunnen per individuele leerling verschillen.
  • Weekopeningen en weeksluitingen, verhalen en activiteiten (bv. dans, sport, gezamenlijk eten) als een rode draad door het programma laten lopen, waardoor het programma voor leerlingen een samenhangend geheel vormt;
  • Sturing en herontwerpen van het lesprogramma: aansluiten bij het niveau en de interesse van de leerling;
  • Samenvatten, vragen/hypotheses formuleren, ordenen: vergroten van de vaardigheden van de leerlingen;
  • Doelen stellen en feedback geven: aansluiten bij de individuele leerdoelen van leerlingen en de betrokkenheid bij het eigen leerproces vergroten.

 

Van de research naar de praktijk: Marzano (2008) "Wat werkt op school"

De genoemde middelen, methodes en manieren worden vrijwel allemaal beschreven in Marzano (2008) “Wat werkt op school?”. Marzano benoemt in zijn meta-analyse elf factoren die de prestaties en ontwikkeling van leerlingen positief beïnvloeden. Door middel van levensecht leren passen we diverse factoren zowel op leerling, leerkracht- als op schoolniveau toe.